Spelregels | De ideeën
We spreken van een idee zolang het nog een idee is dat misschien wordt uitgevoerd. Pas wanneer een idee gestemd is en volledig tot een plan is uitgewerkt noemen we het een project.
Wanneer kan ik een idee indienen?
Wat zijn de categorieën van ideeën?
Zijn er beperkingen in aantal ideeën en budget?
Welke ideeën komen niet in aanmerking?
Aan welke algemene voorwaarden moeten ideeën voldoen?
Wat zijn de voorwaarden voor ideeën in de publieke ruimte?
Welke kosten komen in aanmerking voor ondersteuning via de Burgerbegroting?
Wanneer kan ik een idee indienen?
Vanaf 21 januari tot en met 24 maart 2026.
Wie mag ideeën indienen?
- Zowel natuurlijke personen, feitelijke verenigingen, AG’s, VME’s als erkende vzw’s mogen ideeën indienen voor de Burgerbegroting. De vzw’s, AG’s en VME’s moeten erkend zijn op het moment van de aanvraag en moeten een maatschappelijke werking hebben. Feitelijke verenigingen moeten een bankrekening op naam van de vereniging hebben.
- Je hoeft niet in district Antwerpen te wonen. Goede ideeën kunnen van overal komen.
- Organisaties en personen kunnen uitgesloten worden, bijvoorbeeld omwille van openstaande schulden bij stad of district, of op basis van herhaalde negatieve ervaringen in voorgaande jaren. Het districtscollege beslist hierover.
Wat zijn de categorieën van ideeën?
Ideeën worden ondergebracht in een categorie op basis van de uitvoerder:
- Als een idee wordt uitgevoerd door een bewoner, of een groep bewoners, een feitelijke vereniging of een VME, dan is het een bewonersidee (categorie B).
Deze ideeën duren maximaal 1 jaar. Bewoners kunnen in totaal maximaal 7.500 euro ontvangen, eventueel gespreid over meerdere ideeën. - Als een idee wordt uitgevoerd door een vzw of een Autonoom Gemeentebedrijf, dan is het een verenigingsidee (categorie V).
Deze ideeën duren maximaal 2 jaar. Vzw’ en AG’s kunnen in totaal maximaal 150.000 euro ontvangen, eventueel gespreid over meerdere ideeën. - Als een idee wordt uitgevoerd door het district of een door het district aangestelde partner, dan is het een districtsidee (categorie D). Dit kan een idee zijn met impact op infrastructuur zoals het ontharden van een plein of het verbeteren van een voetpad. Het kan ook een idee zijn dat werkingsmiddelen vraagt zoals een sport- of cultuuraanbod via een samenwerking met een organisatie of via uitbesteding. Deze ideeën duren maximaal 3 jaar.
Ideeën moeten steeds in één van de categorieën passen. Wie de grootste rol in coördinatie en uitvoering heeft, bepaalt tot welke categorie een idee behoort.
Elke categorie heeft een toegewezen deel van het totaalbudget, een maximaal projectbudget en een maximale looptijd. De looptijd start op 1 januari van het budgetjaar, dus volgend op het jaar van de inspraak (fase1). Het budget is inclusief BTW aan wettelijk tarief, kosten voor uitbesteding van tekenwerk, participatietrajecten of andere ondersteuning.
|
Categorie |
Uitgevoerd door |
Max. looptijd |
Max. project-budget |
Totaalbudget |
|
B |
Bewoner/feitelijke vereniging |
1 jaar |
7.500 € |
100.000€ |
|
V |
Vzw, AG, … |
2 jaar |
150.000 € |
1.000.000 € |
|
D |
District |
3 jaar |
500.000 € |
1.100.000 € |
|
Tabel 1: budget en looptijd per categorie |
2.200.000 € |
|||
Zijn er beperkingen in aantal ideeën en budget?
Er zijn verschillende beperkingen, omdat we verschillende deelnemers kansen willen geven.
- Een bewoner of vereniging kan maximaal 2 ideeën per jaargang uitvoeren voor in totaal het maximaal projectbudget zoals in bovenstaande tabel vermeld.
- In de looptijd van zes jaar kan een vereniging voor maximaal 450.000 euro aan ideeën uitvoeren in categorie V. Eenzelfde werking onderbrengen onder verschillende verenigingen mag niet. Bij vermoedens van misbruik of twijfel beslist het districtscollege.
- Te allen tijde kan maar 1 VTE (voltijds equivalent) tegelijk uitbetaald worden per vereniging.
Welke ideeën komen niet in aanmerking?
- buitenlandse reizen;
- levensbeschouwelijke evenementen;
- commerciële activiteiten;
- activiteiten met een politiek doeleinde;
- fondsenwerving, benefiet en subsidiekanalen;
- privé-initiatieven die niet toegankelijk zijn voor een breed publiek.
- District Antwerpen is niet bevoegd voor sensibilisering rond mobiliteit, voetgangers of fietsen. Ook flitscamera’s plaatsen of verkeersregels wijzigen mag district Antwerpen niet, net als extra fietspaden of fietsstraten aanleggen.
- District Antwerpen is niet bevoegd voor gezondheid, dus therapie of medische handelingen kunnen niet.
Aan welke algemene voorwaarden moeten ideeën voldoen?
- Het idee moet passen binnen een categorie, timing en budget.
- Het idee moet binnen de bevoegdheden van district Antwerpen vallen (een school kan bijvoorbeeld wel een idee indienen om de straat te vergroenen, maar niet om workshops in de klas te financieren, want onderwijs is een stedelijke bevoegdheid).
- Het idee mag niet in tegenspraak zijn met het bestuursakkoord.
- Het idee moet de inwoners van district Antwerpen ten goede komen. In principe vindt het dan ook plaats in district Antwerpen (bijvoorbeeld: een uitstap met vrijwilligers uit het district naar de Kalmthoutse Heide kan. Een theatergezelschap uit Borgerhout kan iets indienen, als de voorstellingen in district Antwerpen vertoond worden).
- Evenementen moeten zo veel mogelijk openstaan voor alle bewoners van het district. Het aanbod wordt breed gecommuniceerd. In principe is het aanbod gratis, uitzonderingen moeten worden gemotiveerd en goedgekeurd. Ideeën voor een kleine en/of besloten groep kunnen enkel mits grondige argumenten. Het districtscollege beslist hierover.
- Het idee vindt plaats in de publieke ruimte, of op privéterrein met een publiek karakter. Zo veel mogelijk inwoners moeten er gebruik van kunnen maken (bijvoorbeeld een regenton aan de voorgevel in plaats van achtergevel).
- Het idee gebruikt het Nederlands als voertaal. Uitzonderlijk kan bij een voorstelling een andere taal gebruikt worden als deze een essentieel onderdeel van de activiteit vormt.
- Bij evenementen moet er in overeenstemming met de wetgeving aandacht zijn voor duurzaamheid (geen wegwerpbekers, opruim, …) en voor gehoorbescherming.
- Werkingsmiddelen moeten gaan naar nieuwe activiteiten of extra aanbod met een meerwaarde voor de bewoners (geen reguliere werking). Infrastructuurbudget kan gaan naar reguliere werking, in verhouding tot de duur en schaal van de werking zoals bekend bij het district.
- Het idee moet passen in de missie van de vereniging.
- Het idee moet op zichzelf kunnen uitgevoerd worden, en mag niet afhankelijk zijn van andere projecten, subsidies, verbouwingen of andere voorwaarden.
- Grote partners die cruciaal zijn voor het idee, moeten vooraf hun engagement geven (bv. woonmaatschappij, De Lijn, NMBS, eigenaars van een pand of grond, …).
Wat zijn de voorwaarden voor ideeën in de publieke ruimte?
- Infrastructuurprojecten kunnen enkel doorgaan op lokaal openbaar domein dat beheerd wordt door district Antwerpen. Dus niet in/op stedelijke of zogenaamde 'bovenlokale' straten en pleinen (meer info lees je hier).
- Irrigatie van groen wordt niet gefinancierd (bijvoorbeeld bij groene gevels).
- Ontharding van publieke ruimte wordt gerealiseerd door of onder begeleiding van district Antwerpen, niet door bewoners zelf. Een uitzondering is de geveltuin die bewoners zelf kunnen aanleggen.
- In de meerjarenplanning heeft het district voor de hele legislatuur vastgelegd welke grote infrastructuurprojecten zullen uitgevoerd worden in straten of pleinen, of voor speel- en sportterreinen. Ideeën van bewoners die hiermee botsen, komen niet in aanmerking. Aanvulling of uitbreiding van geplande werken kan wel bekeken worden, als ze het oorspronkelijk project verbeteren en op voorwaarde dat het district hiervoor zijn akkoord geeft.
- Voor elke ingreep in de publieke ruimte (bijvoorbeeld bloembak, kunstwerk,…) maakt de indiener een schets die ter goedkeuring aan het districtscollege wordt voorgelegd.
- Als in het kader van het idee een evenement plaatsvindt in de publieke ruimte, dan doet de indiener een evenementenaanvraag bij stad Antwerpen. Lees hier alle informatie over een evenementenaanvraag en het organiseren van een activiteit of evenement in stad Antwerpen.
- Rond onderhoud en beheer worden duidelijke afspraken gemaakt, ook voor de jaren na de realisatie van het idee. Deze kosten worden mee begroot. Als het onderhoud bij de bewoners blijft, wordt het nodige materiaal begroot.
- Infrastructuurprojecten in de publieke ruimte moeten voldoen aan bepaalde (standaard) eisen: bijvoorbeeld aan de bereikbaarheid voor de brandweer en het voorzien van voldoende groeiruimte voor groen. Er zijn ook richtlijnen voor meubilair of types straten. Waar mogelijk volgt het district deze aanpak, als hiervan afgeweken moet worden, is een motivatie nodig, maar het district heeft hierover het laatste woord. Meer info over de draaiboeken met standaard eisen voor inrichting van openbaar domein vind je hier.
- Het district is niet bevoegd voor mobiliteit, en kan dus geen verkeersregels wijzigen. Bij de vraag naar de heraanleg van een volledige straat, zijn de huidige stedelijke mobiliteitsvoorwaarden bindend. Bijvoorbeeld: om een tuinstraat te kunnen aanleggen moet de straat een woonerf zijn. Als dit niet het geval is, wordt het idee bijgestuurd en kunnen we streven naar een zo’n groen mogelijk straatbeeld. Klik hier voor meer details.
- Bij de heraanleg van een straat is soms voorbereidend werk van externe partners nodig, zoals bv. de rioleringsmaatschappij of De Lijn. Op hun meerjarenplanning heeft het district geen invloed. Als het technisch niet mogelijk is om de straat opnieuw aan te leggen, zonder dat ook de riolering wordt vernieuwd, zal het district in overleg gaan met deze maatschappijen, maar is er geen garantie dat deze werken kunnen doorgaan.
- Elk infrastructureel idee wordt getoetst aan de hand van een sperperiode. We streven binnen het district naar zo duurzaam mogelijke ingrepen. Inbreken in de publieke ruimte, die recent is aangelegd, is geen duurzame keuze. Voor kleine ingrepen zal een sperperiode van 5 jaar gelden. Voor grotere ingrepen, zoals een volledige heraanleg van de straat, geldt een langere sperperiode, bepaald door het district.
Welke kosten komen in aanmerking voor ondersteuning via de Burgerbegroting?
Van het totale budget van de Burgerbegroting mag maximaal 30% naar werkingskosten (exploitatie) gaan, investeringen moeten minstens 70% uitmaken. Dit geldt niet op het niveau van individuele projecten, maar heeft wel invloed op welke ideeën gerealiseerd kunnen worden (zie spelregels stap 3).
Investeringskosten zijn uitgaven voor duurzame goederen die langer dan een jaar meegaan, zoals de heraanleg van een plein, straat of park, renovatie of inrichting van gebouwen, aankoop van bakfietsen of auto’s, plaatsen van bomen of kunstwerken… Een investeringskost moet altijd minimaal 2.500 euro bedragen.
Volgende zaken komen in aanmerking als investeringen:
- Investeringen in gebouwen en infrastructuur kunnen 100% vergoed worden, als ze bijdragen aan (het faciliteren van) één van de bevoegdheden en voldoen aan volgende voorwaarden:
- het gebouw ligt op het grondgebied van district Antwerpen;
- de indiener is eigenaar en zal het pand niet binnen de 3 jaar verkopen, of de eigenaar verklaart dat de indiener nog minstens 3 jaar in het gebouw kan blijven. Deze termijn wordt verlengd naar negen jaar als het tot totaalbedrag van de werken (volgens ingediende offertes) meer dan 100.000,00 EUR is,
- de infrastructuurwerken zijn noodzakelijk voor het voortbestaan van de werking en de veiligheid of dragen bij aan de verfraaiing en opfrissing. Ook ecologische ingrepen of verhoging van toegankelijkheid zijn mogelijk.
- De werken hebben een uitvoertermijn van maximaal 2 jaar en zijn niet vergunningsplichtig of er is al een goedgekeurde vergunning bij het indienen.
- Verdere regels zijn gelijkaardig aan het reglement Infrastructuurondersteuning voor jeugdverenigingen
- Investeringen/verbouwingen aan privé-eigendom kunnen enkel als ze een publieke functie hebben. De ingrepen moeten een meerwaarde hebben die de inwoners van het district ten goede komt.
- Vastgoed aankopen, of lenen voor een aankoop, is niet mogelijk.
- Duurzame investeringsgoederen: De ontvanger verbindt zich ertoe om deze tijdens de afschrijvingsperiode niet te verkopen maar te blijven gebruiken waarvoor ze zijn toegekend:
- elektronisch materiaal wordt drie jaar gebruikt en in die periode kan geen gelijkaardig materiaal worden aangevraagd, tenzij bij aanpassing van capaciteit;
- ander duurzaam materiaal (meubilair, vervoersmiddelen) wordt tien jaar gebruikt en binnen die periode kan geen gelijkaardig materiaal worden aangevraagd, tenzij bij toename aanbod;
- bij defecten of diefstal wordt geen nieuw materiaal ter beschikking gesteld. We raden aan een verzekering af te sluiten;
- voor tweedehandsmateriaal geldt de garantieperiode voorzien door de leverancier.
Werkingskosten zijn uitgaven zoals het organiseren van workshops, lonen en vergoedingen, catering, klein materiaal, communicatie en promotie, herstellingen, 1-jarige planten, … Elke factuur met een lager aankoopbedrag dan 2.500 euro is een werkingskost, zelfs als er duurzame goederen op staan. Hier vind je meer info en voorbeelden.
Volgende zaken komen in aanmerking als werkingskosten voor het idee:
- Communicatie, logistiek, vervoer, huur lokalen (niet aan eigen organisatie), catering, materiaal, workshops, begeleiding, verzekeringen, vrijwilligersvergoedingen (binnen wettelijke maxima, richtprijs 6 euro per uur, enkel voor organisaties die ook vrijwilligersverzekering afsluiten).
- Loonkost: projecten mogen maximaal 1 VTE personeel aanwerven en loonkosten al dan niet spreiden over verschillende projecten. Dit kan in de vorm van aanwerving via een arbeidscontract, freelance contracten of via een werkerscoöperatie of gedeelde onderneming zoals Smart (met factuur en geldig btw-nummer).
- Overhead: Een bedrag van maximaal 10% van de voorziene en bewezen loonkost mag gebruikt worden voor overheadkosten, deze kosten moeten niet verantwoord worden (bv. verwarming, boekhouding, telefonie, bureautica, vervoer, …). Deze kosten zitten vervat in overhead en kunnen dus niet apart in rekening gebracht worden.
- Freelance: projecten mogen maximaal 1 VTE freelance uitbetalen, al dan niet gespreid over verschillende projecten. Overhead wordt niet toegekend: deze kosten worden verrekend in de factuur. De factuur vermeldt een duidelijke omschrijving van prestaties en tijdsinzet.
- Loonkosten (ook freelance) moeten marktconform zijn.
Het uitgewerkte voorstel gaat kostenbewust om met het budget. De indiener denkt na over de meest efficiënte manier om een doel te bereiken (bijvoorbeeld materiaal huren in plaats van kopen).
Projecten of activiteiten mogen niet dubbel gefinancierd worden. Elk idee moet juist en volledig gebudgetteerd worden, bijkomende middelen voor dezelfde activiteiten aanvragen via het Districtsfonds kan niet.