Spelregels Ideeënfinale Burgerbegroting 2026-2027
- Online Ideeënfinale: 3 t.e.m. 25 september 2026
- Live Ideeënfinale: 27 september 2026
Wie kan deelnemen?
Alle bewoners van district Antwerpen ouder dan 13 jaar kunnen ideeën kiezen. We controleren dit met je rijksregisternummer.
Deelname aan eerdere stappen is niet vereist. Je kan deelnemen aan één, meerdere of alle stappen van de Burgerbegroting.
Hoe kan je ideeën kiezen?
Je kan...
- online in je eentje stemmen,
- en live in gesprek met anderen tijdens de Ideeënfinale.
Je mag beide combineren.
Online stemmen
Meld je aan met je rijksregisternummer of via itsme.
Je krijgt de ideeën willekeurig te zien, telkens met een foto, omschrijving, budget en uitvoerder. Swipe naar rechts om te stemmen, naar links om een idee over te slaan.
- Er is geen minimum of maximum aantal stemmen.
- Je mag stemmen op zoveel ideeën als je wil.
- Je kan op elk moment stoppen en later verdergaan.
- Je mag niet stemmen in naam van iemand anders.
Uitzondering: als er binnen een categorie voldoende budget is voor alle ideeën, beslist enkel de online stemming. Een idee moet dan minstens 20 online stemmen halen om uitgevoerd te worden.
Live stemmen
- Tijdens de ideeënfinale zijn er een ochtend- en middagsessie. Je kan aan één sessie deelnemen.
- Elke sessie bestaat uit 2 gespreksronden.
- Mensen die vooraf inschrijven zijn zeker van hun plek.
- Overblijvende plekken worden op basis van volgorde van aankomst toegewezen tot het maximaal aantal deelnemers is bereikt.
- Je zit samen met vijf andere inwoners aan een tafel. Het toeval bepaalt aan welke tafel je zit.
- Via loting krijgt elke tafel een categorie en een selectie ideeën die samen besproken worden.
Per gespreksronde kiest elke tafel 5 ideeën. - Elk gekozen idee krijgt evenveel stemmen als het aantal deelnemers aan de tafel.
- Na deze beslissing in ronde 1, start ronde 2. Elke tafel krijgt een tweede stapel ideeën uit een andere categorie. Elk idee ligt even vaak op tafel binnen een categorie.
- Daarnaast mag elke deelnemer één extra stem geven aan een idee naar eigen keuze. Deze extra stemmen worden aan het einde van de sessie opgehaald.
Gewicht van de stemmen
De Burgerbegroting focust op beslissingen in dialoog met andere bewoners. Daarom tellen
- online stemmen voor 50% van het resultaat,
- en live stemmen voor 50% van het resultaat.
In uitzonderlijke omstandigheden kan dit aangepast worden (als het festival bijvoorbeeld niet kan doorgaan, tellen de online stemmen voor 100%).
Bekendmaking van de resultaten
We tellen de resultaten van de ochtend- en de middagsessie op, samen met de online stemmen. Aan het einde van de middagsessie van de live Ideeënfinale maken we de gekozen projecten bekend.
Na de ochtendsessie zijn er nog geen eindresultaten, maar deelnemers van die sessie kunnen aan het einde van de middagsessie terug aansluiten voor de bekendmaking.
Budgetverdeling
Van het totale budget van de Burgerbegroting
- kan maximaal 30% of 660.000 euro naar werkingskosten gaan,
- en moet minimaal 70% of 1.540.000 euro voor investeringen zijn.
Dit geldt niet op het niveau van individuele ideeën of categorieën. Er is dus maximaal 660.000 euro voor werkingskosten. Op het moment dat alle stemmen binnen zijn, bekijken we welke ideeën gerealiseerd kunnen worden.
Voor de bewonersideeën (budget 100.000 euro) leggen we geen verdeling op. We bekijken dan ook eerst het budget voor deze ideeën: dit kan volledig naar werking gaan, volledig naar investeringen, of iets ertussenin. Aan het einde van deze categorie weten we hoeveel er nog overblijft van de maximaal 660.000 euro aan werkingskosten (bijv. 50% investering bij bewoners: 660.000-50.000 = 610.000). Als er restmiddelen in dit budget zijn (bijv. omdat er onvoldoende bewonersideeën waren, of omdat geen enkel idee meer betaald kon worden), dan schuiven die middelen door naar het budget voor verenigingen.
Nadien bekijken we de rangorde van districtsideeën. Hier kan maximaal 150.000 euro naar werkingsmiddelen gaan, de rest moet investering zijn. Aan het einde van deze ronde weten we hoeveel werkingsmiddelen er nog overblijven (bijv. als het maximum werkingsbudget toegekend is aan districtsideeën: 610.000 - 150.000 = nog 460.000 werking over). Als er restmiddelen zijn, dan schuiven die door naar het budget voor verenigingen.
Als laatste komen de verenigingsideeën aan bod. Op dat moment is dan ook duidelijk hoeveel werkingsmiddelen nog over zijn, en kunnen die maximaal benut worden. Als er restbudget was bij bewoners- en/of districtsideeën, dan worden die bij het beschikbare budget geteld.
We rangschikken de ideeën op volgorde van hun aantal stemmen (online en fysiek opgeteld). Dan kijken we naar het beschikbare totaalbudget voor die categorie, én naar het beschikbare werkingsbudget (voor districts- en verenigingsideeën). Het doel is om het geld van de Burgerbegroting zo maximaal mogelijk te besteden aan de voorgestelde projecten.
Een voorbeeld:
Aantal stemmen |
Gevraagd totaalbudget
|
Gevraagd werkingsbudget
|
|
Idee 1 |
40.000 € |
25.000 € |
|
Idee 2 |
65.000 € |
30.000 € |
|
Idee 3 |
54.000 € |
22.000 € |
|
Idee 4 |
6.000 € |
6.000 € |
|
Idee 5 |
12.000 € |
3.000 € |
|
Idee 6 |
5.500 € |
2.500 € |
Toelichting bij het voorbeeld: het eerste idee kunnen we uitbetalen, dan is er al 40.000 euro van de 100.000 toegewezen, en er blijft nog 25.000 euro aan exploitatie over. Het tweede idee vraagt meer totaalbudget dan nog beschikbaar is, dus dat valt eruit. Het derde vraagt 54.000 euro, dat kan zowel van het totaalbudget als van het exploitatiebudget. De volgende twee ideeën kunnen niet gerealiseerd worden: idee 4 vraagt meer exploitatie dan beschikbaar is, idee 5 vraagt meer dan het totaalbudget. Idee 6 kan wel gerealiseerd worden.
Restmiddelen
Budget dat tijdens het jaar vrijkomt, bijvoorbeeld door lagere kosten of stopgezette projecten, wordt ingezet voor districtsideeën. Dit kan gebruikt worden voor meerkosten, uitbreiding van projecten of bijkomende ideeën.